Het Oerpaardje

Dit paardje is de oervorm van het grote paard dat nu in de weiden aan het grazen is. Zo’n 40 miljoen jaar geleden woonde het als een kleine bladeter in een beschut bos. Het paardje had veel meer tenen dan nu. Voor vier tenen, achter drie. Daardoor kon het tussen de bomen niet zo hard rennen maar had hij wel veel grip op de drassige ondergrond. Zo’n 20 miljoen jaar geleden veranderde het klimaat. Het werd warmer en er ontstonden open steppes waarop veel gras groeide.

Het oerpaardje kwam uit het bos tevoorschijn en omdat er meer voedsel en meer bewegingsruimte was, veranderde het langzaam naar het grote paard dat we nu kennen. Ook zijn de ‘extra’ tenen verdwenen. Op de open steppes waren namelijk niet alleen paarden maar ook roofdieren. Om hier aan te ontkomen moest het paardje snel kunnen rennen. De ‘extra’ tenen zaten hierbij behoorlijk in de weg. De kleine tenen verdwenen en wat er overbleef was één grote teen: de hoef. Hiermee konden ze lekker vaart maken op de open vlakte!